bagga

zakje,

tas,

wiet,

stoer (bagga doen= stoer doen)


panja

Een persoon die panja is, is onder invloed van alcohol en heeft zichzelf niet onder controle (het woord panja komt van het Papiamentse woord ‘panchi’, dat ‘straalbezopen’ betekent).

saffie

sigaret,

peuk

(Saffie komt uit de eeuwenoude straattaal van de boeven en reizende kooplieden, het Bargoens. Dit is opgenomen in het Amsterdamse dialect).

gras

wiet,

marihuana,

cannabis

(Komt van het Engelse woord ‘weed’, ‘grass’).

nakkie

het nemen van een lijn van cocaïne